Subsidie voor sectorplannen 3e tranche: 15 januari 2015 tot en met 29 mei 2015

Doel 3de tranche:

Het vergemakkelijken van transities van werk naar werk en van werkloosheid naar werk (thema: sectorale en intersectorale mobiliteit).

Vier maatregelen die voor cofinanciering in aanmerking komen:

Werkenden

  1. Sectorale of intersectorale mobiliteit van werk naar een ander beroep bij een andere werkgever;
  2. Sectorale of intersectorale mobiliteit van werk naar hetzelfde beroep bij een andere werkgever;

Werkzoekenden

  1. Sectorale of intersectorale mobiliteit van WW naar een ander of hetzelfde beroep bij een andere werkgever dan waar de werkloosheid is ontstaan;
  2. Sectorale of intersectorale mobiliteit van “Overig” (ZZP’ers of personen niet zijnde werknemers of WW gerechtigden of personen die fulltime een opleiding volgen) naar een ander of hetzelfde beroep.

Kosten die voor cofinanciering in aanmerking kunnen komen zijn onder andere:

  • De kosten voor begeleiding & arbeidsbemiddeling richting een nieuwe baan bij een andere werkgever (bijvoorbeeld: vacaturecafés, sollicitatietraining, loopbaanadvies, coaching en mobiliteitstrajecten);
  • De kosten voor het opzetten, onderhouden en uitbreiden van een infrastructuur voor van werk naar werk projecten (het opzetten van een mobiliteitsbank of andere manieren om de werknemer te begeleiden naar een ander beroep);
  • Het in kaart brengen van de competenties van de werknemer (EVC, ervaringsprofiel, competentiescan);
  • Kosten van bij- en omscholing.

Brug WW

Er is een nieuw instrument ontwikkeld die extra ondersteuning biedt om transities met substantiële scholing mogelijk te maken. Als een werkzoekende aan de slag gaat in een sector waar een tekort is, krijgt diegene voor de uren dat hij of zij werkt salaris en de uren waarin wordt omgeschoold een WW-uitkering. Dat drukt de overgangskosten voor de nieuwe werkgever. De maatregel geldt voor werknemers die met ontslag worden bedreigd of mensen met een WW-uitkering.

 Overige voorwaarden cofinanciering sectorplannen 3e tranche:

  • Een aanvraag tot cofinanciering wordt ingediend door een samenwerkingsverband waar in ieder geval een werknemers- en een werkgeversorganisatie deel van uit maakt.
  • De cofinanciering door het ministerie van SZW in het kader van de Regeling bedraagt maximaal 50 procent van de kosten.
  • Sociale partners moeten zelf een substantieel bedrag bijdragen. Dit zorgt voor een effectieve en efficiënte inzet van middelen.
  • Gemeenten of provincies kunnen uit eigen middelen bijdragen aan deze eigen financiering van het samenwerkingsverband tot maximaal de helft van de eigen financiering.
  • Een aanvraag tot cofinanciering zal een arbeidsmarktanalyse moeten bevatten waaruit blijkt in welke beroepen (in sectoren en regio’s) vacatures zijn waarnaar met ontslag bedreigde werknemers en werkzoekende kunnen worden begeleid.
  • De maatregelen en prestaties waarvoor cofinanciering wordt aangevraagd, vloeien logischerwijs voort uit de arbeidsmarktanalyse.
  • Het plan dient aan te geven hoe uitvoering van het plan binnen of tussen sectoren of binnen een regio wordt vormgegeven.
  • In beginsel kent een sectorplan een duur van maximaal 2 jaar.
  • Het gevraagde budget voor de cofinanciering moet in verhouding staan tot de grootte van de sector of regio (aantal werknemers) en de omvang van de problematiek.

Indien u interesse heeft voor deelname aan het sectorplan en/of input wilt leveren, neem dan telefonisch contact met ons op. U kunt bellen naar Gerda Roelofsen op 0594-555050

logo FNV                                   logo Qlixlogo KSF